top of page
  • wat-icon
  • zon-icon
  • maan-icon
  • opening-icon
  • info-icon
  • kalender-icon

Is voedsel maken onnatuurlijk?

  • Foto van schrijver: Kristof Vandewoestijne
    Kristof Vandewoestijne
  • 9 dec
  • 6 minuten om te lezen

Met het sluiten van de stallen van de Nederlandse landbouwer Martien komt een einde aan een tijdperk van 40 jaar hard werken, vakmanschap en toewijding . Wat achterblijft, zijn lege gebouwen. Stille getuigen van een bedrijf dat dag en nacht draaide, gedragen door passie voor dieren, voedsel en innovatie. Maar ook van een ondernemer die steeds vaker geconfronteerd werd met vragen waarop het antwoord allang niet meer logisch of rechtvaardig voelde. Dat is niet enkel in Nederland, maar uiteraard ook in Vlaanderen.

In deze tekst wordt een persoonlijk verhaal gedeeld: het verhaal van een boer die zijn bedrijf beƫindigt, niet omdat de liefde voor het vak verdwenen is, maar omdat het systeem waarin hij moest werken onbegrijpelijk werd. Een verhaal over stikstofregels die uit hun verband zijn getrokken, over cijfers die op papier zwaarder wegen dan mensen, dieren en voedselzekerheid in de praktijk. Over de wrange paradox dat een bedrijf dat zovele mensen voedde, moet wijken voor de symboliek van enkele grammen stikstof op kilometers afstand.

Maar het is ook een verhaal over trots: op medewerkers, op samenwerkingen, op innovaties die de sector vooruitbrachten, op prijzen en op doorbraken die de lage landen juist duurzamer maakten. Over een sector die kwaliteit levert aan de wereld, maar in eigen land steeds minder bestaansrecht lijkt te krijgen. En over de veerkracht van ondernemers die, ondanks alles, blijven zoeken naar verbetering. Dit document is een eerlijke reflectie van iemand die zijn levenswerk afsluit en zich afvraagt: voor wie en waarvoor hebben we dit eigenlijk gedaan?Ā Wat is de waarde van landbouw nog in een land dat het belang ervan steeds minder lijkt te begrijpen?$


Lees deze woorden als een uitnodiging om stil te staan bij de keuzes die we als samenleving maken. Want voedsel groeit niet in de supermarkt, en boeren verdwijnen sneller dan ze vervangen kunnen worden.

Martien van Kempen deelt in deze tekst zijn gedachten, zijn zorgen, zijn trots en zijn hoop op nieuwe uitdagingen. En misschien, tussen de regels door, ook een stille vraag: laten we zuinig zijn op wat ons voedt—ook als het soms ongemakkelijk is.


ree

De laatste dieren zijn weg op de locaties aan de Scheiweg te Leunen, de gebouwen koud en leeg.

40 jaar lang elke dag, elk weekend en elk uur beschikbaar, werkend of bezig met het bedrijf en dan stoppen vanwege… Goeie vraag. Waarom eigenlijk?

Wel omdat ik ongeveer 0.017 kg stikstof per hectare per jaar op een natuurgebied uitstoot. Een natuurgebied wat op 12 km afstand ligt van mijn bedrijf. U leest het goed: 12 km afstand en 10 gram stikstof op een oppervlakte van 1 voetbalveld per jaar. Is dat veel, 10 gram per jaar? Dat is ongeveer de uitstoot van 1 gans in 5 dagen en ongeveer 0,05% van de totale stikstof depositie op dit gebied.

Even ter overdenking: Als er 1 gans leeft in een natuurgebied ter grote van een voetbalveld dan stoot deze gans evenveel stikstof uit als 365/5=73 bedrijven zoals het mijne op dat ene voetbalveld.

Met mijn bedrijf heb ik ongeveer 100.000 mensen continu voorzien van eieren en vlees en daarnaast heel veel groente, granen, suiker en aardappelen, die 73 bedrijven kunnen dus ruim 7 miljoen mensen voorzien van eieren, vlees en andere levensmiddelen, maar we hebben in Nederland dus liever die ene gans op dat voetbalveld dan voedsel maken voor 7 miljoen mensen.

In Venray stoppen ongeveer deze 73 bedrijven, als we allemaal ongeveer dezelfde uitstoot zouden hebben dan betekend dat er ongeveer 4 procent minder depositie is in dit betreffende natuurgebied en voor 7.000.000 mensen geen eieren en vlees meer. Er verliezen ongeveer 1.800 mensen hun baan, direct en indirect en de overheid krijgt elk jaar ongeveer €100.000.000 minder binnen aan belastinginkomsten van deze bedrijven. Maar we kunnen dan wel 1 gans extra ontvangen per voetbalveld van dit specifieke natuurgebied. Is dat het waard?

De Nederlandse boeren produceren ongeveer 40 procent van de stikstof die in de lucht komt volgens rekenmodellen, 60 procent komt dus van andere bronnen. Daarnaast hebben de boeren ongeveer 50 procent van het grondareaal in hun bezit om voedsel op te produceren voor u. Van alle stikstof uit alle bronnen gezamenlijk die neerdaalt op de bodem komt dus ook 50 procent van de stikstof op de arealen van de boeren terecht ( in werkelijkheid zelfs nog wat meer). Deze stikstof zetten de boeren dan weer om in mooie producten zoals, aardappelen, suiker, groente en dergelijke. We produceren dus 40 procent van de stikstof, maar we nemen 50 procent van alle stikstof op die neerdaalt. Zijn we dan milieubelastend of een verbetering voor het milieu?

Nemen we onnatuurlijke stikstof bronnen zoals NOx uit verbranding van fossiele brandstoffen op om er voedsel van te maken? Is dat milieuvervuiling of een duurzame oplossing voor een probleem?

Ik snap het helaas vaak niet meer, is voedsel maken onnatuurlijk? Is voedsel maken schadelijk? Is de boer dan de schuldige van deze eventuele milieuschade? Bijna al het voedsel wat wij als boer maken wordt binnen 500 km door consumenten opgegeten, dus er is enorme vraag naar dit voedsel. Is 500 km export? Voor een Nederlander wel, maar de meeste landen lachen erom. 500 km is kleiner dan veel provincies of staten. Is het export of produceren voor de lokale markt?

Hoeveel producten importeren we auto’s, kleding, olie, telefoons, koffie, rijst, bananen, te veel om op te noemen. Dat deze producten schade veroorzaken in het producerende land accepteren we of sluiten we onze ogen voor, maar als we dit in eigen land doen, dan is het ineens onwenselijk en accepteren we het niet meer. Hebben we liever de schade in andere landen dan in ons eigen land?

Kun je milieuschade voor voedselproductie toewijzen aan de boeren, of is het de consument die hier schuldig aan is. De boer maakt geen enkel product waar de ā€˜lokale’ consument niet om vraagt. Is export van mijn eieren naar Düsseldorf slechter dan dat mijn eieren naar Amsterdam gaan? Düsseldorf is dichter bij dan Amsterdam dus milieutechnisch gezien beter, maar het is wel export.

Is de stikstofuitstoot van de boerderij onnatuurlijk of is de mens in zijn consumptiepatroon en de hoeveelheid mensen onnatuurlijk?

Er zijn wat producten die we hier liever niet hebben, zoals bijvoorbeeld varkenspootjes of varkensoortjes en orgaanvlees, deze exporteren we inderdaad naar verre landen zoals China, maar vernietigen is toch ook niet duurzaam en varkens laten groeien zonder oren, organen en pootjes kunnen en willen we ook niet. In China is het een delicatesse en hier afval. Is het exporteren van deze producten naar verre landen dan ineens fout? ASML exporteert ongeveer 99,9 procent van hun producten en daar zijn we terecht trots op. Waarom kunnen we dan niet meer trots zijn op onze landbouwsector. De varkens en legpluimvee sector produceert ongeveer 2 maal zo veel dan dat we in Nederland nodig hebben, echter samen met Duitsland is het ongeveer passend. Nederland en Duitsland samen hebben ongeveer een sluitende productie. Is het dan fout om voedsel naar Duitsland te brengen en bijvoorbeeld auto’s en windmolens uit Duitsland te importeren? Onze gronden zijn geschikt voor bijvoorbeeld aardappelen, in Duitsland een stuk minder. Ook de autoproductie geeft schade aan het milieu maar toch importeren we deze ook.

Elke week als we in de supermarkt staan kopen we de producten van onze sector. Melk, vlees, groenten, aardappelen en eieren groeien niet in de supermarkt maar komen toch echt van onze boeren.

Bovenstaande roept bij mij vragen op, die ik niet meer snap. Wil ik voor deze illusie in mijn ogen 24 uur per dag klaar staan, 7 dagen per week. Nee, dat wil ik niet meer.

Waar ben ik wel trots op. Mijn (oud)medewerkers met wie ik mijn route heb mogen volbrengen met wie ik heel graag heb samengewerkt, waar we mooie gesprekken mee hebben gehad over het werk maar ook over het leven. Vaak jonge mensen die je ziet opgroeien, kennis kunt meegeven en waarvan ik weer veel kan leren. Op mijn mensen om me heen, mijn familie, mijn adviseurs, mijn aanverwante bedrijven in de keten, hun medewerkers die toch maar altijd voor me klaarstonden, soms met werk waar veel andere in dit land hun ā€˜neus voor ophalen’, maar wel noodzakelijk zijn om dit land draaiend te houden.

Trots op mijn overwinningen soms door pieken en soms door dalen maar bijna altijd positief vooruit kijken. Waar ik nu sta als persoon en als bedrijf. Op het winnen van de Herman Wijffels innovatieprijs, het winnen van de meest duurzame varkensstal als SBIR project, op de vele innovaties die hier tot stand zijn gekomen. Op het mogen opbouwen van een heel mooi bedrijf, de mooiste technische innovaties in bijvoorbeeld mestverwerking/waterzuivering en verduurzaming van stallen, een eigen RAV code voor nog steeds ƩƩn van de beste mogelijkheden om emissies in stallen te verminderen en het dierenwelzijn te verbeteren. Dit zijn kansen waar de sector mee verder kan. Ik hoop dat ze deze kans blijven krijgen, ook in Nederland. Dat de politiek deze innovaties blijft stimuleren maar daarna niet bewust en onbewust deze blijft tegenwerken en vertragen zoals tot nu toe helaas wel te vaak gebeurt.

Ik wil het niet meer, maar ze zijn er nog wel, mensen die deze passie tot hun werk willen maken. Risico’s willen nemen, hard werken, willen innoveren en verbeteren. De beste kwaliteit producten van de hele wereld worden hier gemaakt, veilig, lekker en betaalbaar. Ben er zuinig en trots op, ze komen niet meer terug als ze gestopt zijn.


Ik ga een gedeelte van mijn niet gebruikte vakantiedagen opnemen. Ik heb nog 5.160 vakantiedagen staan. Dat is 22 jaar. Ik hoop niet dat ik ze allemaal nodig heb als vakantiedagen. Op zoek naar nieuwe uitdagingen en kansen!

Martien van Kempen

Ā 
Ā 
Ā 

Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


bottom of page