De patrijs red je niet in de rechtbank, maar op de akker.
De jacht op patrijs werd door minister Brouns goedgekeurd bij 9 van de 176 WBE's. Daar waar het verantwoord is om te jagen, moet dat ook kunnen!
Vogelbescherming Vlaanderen staat ondertussen schaamteloos in onze steden te protesteren en te flyeren — daar kan je natuurlijk gemakkelijk veel zieltjes winnen — en verspreidt daarbij grove leugens om emotioneel in te spelen op de naïviteit en onwetendheid van de man en vrouw in de straat.
Wat Vogelbescherming Vlaanderen uiteindelijk wil bereiken (naast geld inzamelen) is niet alleen een jachtverbod op patrijs, maar de volledige afschaffing van de jacht. Dat staat trouwens ook letterlijk in hun statuten onder Artikel 6 – Voorwerp, §1, punt 4.
Wim Masschelein schreef hier een treffend artikel over:

Wie beweert dat jagers de ondergang van de patrijs betekenen, kijkt niet naar wat er dagelijks in het veld gebeurt. Een juridisch jachtverbod of een verbod op papier plant geen enkele struik, zaait geen enkele bloemenrand in en vangt geen enkele vos.
1. Investering in Biotoop en Leefgebied
Juist de jagers en Wildbeheereenheden (WBE’s) zijn in de praktijk de meest actieve beschermers van de patrijs. Jagers investeren al jarenlang op eigen initiatief en kosten in wildakkers, keverbanken, overhoekjes en kruidenrijke akkerranden. Dit biedt de patrijs de noodzakelijke dekking tegen roofvogels en creëert de beschutting en insectenrijkdom die patrijzenkuikens hard nodig hebben om te overleven.
2. Aanpak van de Predatiedruk
Het grootste probleem voor grondbroeders is niet het duurzaam beheer, maar de extreem hoge druk van predatoren zoals vossen, kraaiachtigen en verwilderde katten. In een versnipperd landschap hebben patrijzen nestelend op de grond geen schijn van kans als deze populaties onbeperkt hun gang gaan. Jagers zijn de enigen die deze balans in het veld actief bewaken.
3. Beheer op Basis van Cijfers en Tellingen
Een jager schiet niet zomaar. Er worden strakke voorjaarstellingen uitgevoerd om de lokale stand nauwkeurig in kaart te brengen. Is de stand in een gebied te laag of is het voorjaar slecht geweest, dan wordt er simpelweg niet gejaagd. Beheer gebeurt op basis van cijfers en veldkennis.
Waar actiegroepen zoals 'Vogelbescherming Vlaanderen' vooral actief zijn via de media en rechtszaken, staan jagers 365 dagen per jaar met de voeten in de klei. Zonder hun inzet voor biotoopbeheer en predatiebeheer zou het agrarisch landschap voor de patrijs er veel slechter voorstaan. De patrijs heeft geen baat bij symboolpolitiek, maar bij gemotiveerde mensen in het veld die zorgen voor beschutting, rust en veiligheid op de grond.
Een verbod op papier redt geen enkele patrijs in het veld: De werkelijkheid op de akker na een symbolisch jachtverbod
Het is heel makkelijk om vanuit een kantoor in de stad naar de rechter te stappen en geld in te zamelen met emotionele campagnes. Maar wat gebeurt er de dag nadat de jacht is afgeschaft? Helemaal niets. Vogelbescherming gaat niet met de laarzen in de modder staan. Zij gaan geen heggen aanplanten, geen overhoekjes inzaaien, geen wintervoedering verzorgen én zij weigeren categorisch om de explosief gestegen populaties vossen, kraaien en verwilderde katten te beheren.
Het resultaat van zo'n jachtverbod is glashelder:
Geen bescherming tegen predatie
De patrijzenkuikens die nu nog geboren worden, worden op de grond simpelweg weggekaapt door predatoren die geen enkele natuurlijke vijand meer hebben.
Het wegjagen van actieve beheerders:
Je jaagt de enige groep weg—de jagers en WBE’s—die wél dagelijks op het terrein actief zijn, eigen geld en tijd steken in biotoopverbetering, en in nauw overleg met boeren zorgen voor dekking en rust.
Symboolpolitiek herstelt niets:
Met een juridische zege koop je geen insectenrijkdom voor de kuikens.
Wie écht om de patrijs geeft, stroopt zijn mouwen op, beheert het roofwild en bouwt aan een veilig leefgebied op de grond. De patrijs heeft niks aan slogans en geldinzamelingen; hij heeft nood aan beheer, dekking en mensen die 365 dagen per jaar in het veld staan. Zoals de jagers.
Met weidelijke groet,
Wim Masschelein
Wim Masschelein (70) werd geboren in Otegem, in het boswachtershuisje van het Banhoutbos. Daar ontstond al op jonge leeftijd zijn diepe verbondenheid met de natuur. Aan de hand van zijn peter, die boswachter was, leerde hij het bos lezen: kijken waar anderen alleen zagen, luisteren waar anderen alleen hoorden. Zijn peter en grootvader brachten hem de knepen van de jacht bij, maar vooral ook geduld, vakmanschap en respect voor de natuur.
Die jeugdjaren in de Vlaamse velden en bossen zouden een blijvende leidraad worden in zijn leven. Zijn passie voor het buitenleven voerde hem van de polders van West-Vlaanderen tot ver over de landsgrenzen.
Sinds ongeveer vijftien jaar woont Wim op Bali, het Indonesische Eiland van de Goden. De vochtige aarde en herfstbladeren van het Banhoutbos maakten er plaats voor tropische zon en rijstvelden, maar zijn liefde voor de natuur bleef dezelfde. De rust die hij als jongen in de bossen rond Otegem vond, vindt hij vandaag terug op Bali.
Nu hij de kaap van zeventig heeft bereikt, kijkt Wim met dankbaarheid terug naar zijn roots. De lessen die hij van zijn peter en grootvader meekreeg, draagt hij nog altijd met zich mee. Van het Banhoutbos tot Bali: een leven lang met een scherpe blik, respect voor de natuur en een hart voor het buitenleven.







Opmerkingen