top of page
  • Youtube
  • Instagram
  • Facebook

Frans van de Velde en de muskusos.

17 aug
8 minuten om te lezen

Voor ik aan het onderwerp van een heel specifieke jacht begin, moet ik eerst over een heel bijzondere persoon spreken. Het gaat om pater-oblaat Frans van de Velde, O.M.I. (Oblaten van Maria Onbevlekte Ontvangenis), en over hoe ik deze wijze man heb leren kennen.

In 1982 kwam ik terug van een succesvolle jacht op de zwarte beer in de Canadese provincie Québec. Ik zat op de luchthaven Mirabel in Montreal te wachten op mijn vlucht naar Brussels Airport. Toevallig vielen mijn ogen op iemand die met zijn rug naar mij toe stond en een Vlaamse krant in de handen had. Ik ben op deze man afgestapt en zag vrijwel onmiddellijk dat hij een geestelijke was. Ik knoopte een gesprek met hem aan.

Sindsdien zijn we altijd contact blijven houden. Die contacten werden regelmatiger wanneer Frans op rust was en in zijn geboortedorp Landskouter in een nieuwbouwwoning woonde.

Frans van de Velde werd geboren in 1909 — trouwens hetzelfde geboortejaar als mijn moeder — en verliet België in 1938, toen hij 29 jaar oud was, om de rest van zijn leven door te brengen bij de Canadese Inuit.



De Northwest Territories


Als researcher ben ik altijd nieuwsgierig geweest en wil ik alles nauwkeurig uitpluizen en zoveel mogelijk te weten komen over de plaatsen en omstandigheden waarin mensen leven. Daarom wil ik eerst wat meer informatie geven over de plaats waar Frans in 1938 zijn eerste missiepost vestigde.

Boven de Canadese provincies Alberta, British Columbia en Saskatchewan liggen de Northwest Territories, afgekort N.W.T. Het is een enorm, grotendeels boomloos gebied met een oppervlakte van ongeveer 1.346.000 vierkante kilometer. Yellowknife is er de grootste stad en tegelijkertijd de hoofdstad. Om jullie een idee te geven van de omvang van de N.W.T., geef ik er een vergelijking bij. België heeft een totale oppervlakte van ongeveer 30.688 vierkante kilometer. De rekensom is snel gemaakt: de N.W.T. zijn bijna 44 keer groter dan België.

Frans was sinds 1982 mijn regelmatige correspondent. In zijn brieven gaf hij telkens informatie over wat zich daar dagelijks afspeelde: weersomstandigheden, temperaturen, evenementen en natuurlijk ook de jacht op de diersoorten die er leefden.

Ik citeer enkele soorten: de kariboe, de wilde variant van het rendier, verschillende soorten zeehonden, de walrus, walvissen, de narwal, de muskusos en de ijsbeer.

Alles wat met de jacht op deze soorten te maken had, was in de N.W.T. duidelijk geregeld voor iedereen die er op legale wijze wilde komen jagen. De Inuit beschikten over verworven jachtrechten en hoefden dus geen contract af te sluiten met een "Outfitter" in de zone waar ze op een bepaalde diersoort wilden jagen.

Een scan van de "Sport Hunting Regulations", geldig vanaf 1 juli 1984, is als bijlage toegevoegd. In de loop der jaren zijn daar natuurlijk aanpassingen in aangebracht, maar in hoofdzaak zijn vooral de locaties van de aangestelde "Outfitters" veranderd.

Frans was dus mijn regelmatige correspondent. Het duurde altijd ongeveer drie weken voordat mijn brief hem in de missie bereikte en omgekeerd voordat zijn brief bij mij in de brievenbus viel.

Terloops wil ik vermelden dat ik al mijn correspondentie met Frans bewaarde. Ik had een map aangelegd waarin ik alles wat Frans mij stuurde, verzamelde. En dat waren niet alleen brieven. Hoeveel brieven het precies waren, weet ik niet meer met zekerheid te zeggen.

Al deze briefwisseling is door opeenvolgende scheidingen helaas met de noorderzon verdwenen. Ik besef dat ik die correspondentie waarschijnlijk nooit meer zal terugzien. Frans heeft er ook voor gezorgd dat ik levenslang gratis de vier jaarlijkse uitgaven van het tijdschrift "Eskimo" ontving. In 2015 is dat gestopt. Ik vermoed dat daar een budgettaire reden voor was.

Het herfst-winternummer van 2002-2003 heb ik wel in mijn archief bewaard, omdat daarin een kleine autobiografie van Frans van de Velde (1909-2002) staat. Dat exemplaar heeft de scheidingsperikelen overleefd. Een scan ervan is als bijlage toegevoegd.

Frans schreef in 1987 ook zelf een boek. Zijn afbeelding staat op de cover en het boek draagt de titel VINIVI of 50 jaar Eskimo met de Eskimo's.

"VINIVI" was de enige manier waarop de Inuit de naam Frans van de Velde konden uitspreken. Frans heeft zijn boek trouwens in 1988 aan mij geschonken, gesigneerd en voorzien van een persoonlijke opdracht. Een scan van het boek en van de pagina waarop Frans het voor mij heeft opgedragen en ondertekend, zijn als bijlage toegevoegd.

Omdat we nu toch over boeken bezig zijn, ga ik met hetzelfde onderwerp verder.

Ik bezit ook het boek Eskimo's, mensen zonder tijd, waarin Frans een belangrijke rol speelt. Het boek is inmiddels een zeldzaamheid en ik zou niet weten of het nog ergens verkrijgbaar is.

Het is een gedetailleerd reisverslag over de ervaringen van H.K.H. Prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven tijdens verschillende bezoeken aan het gebied van de Inuit. Tijdens die bezoeken raakten zij steeds meer betrokken bij de problematiek waarmee de Inuit geconfronteerd werden.

Het boek bevat onder andere hun reisverslag in dagboekvorm van hun bezoek in 1979 aan de familie Idlout. Deze familie behoorde tot een van de laatste families die nog veel van de traditionele Inuitgebruiken in leven hielden en ernaar leefden op Somerset Island. Somerset Island is trouwens groter dan Nederland.


Nog meer dankzij Frans


Frans zorgde ervoor dat ik contact kreeg met bisschop Charles Choque, O.M.I. (1921-2012), in Churchill, Manitoba. Deze bisschop had regelmatig contact met het National Museum of Natural Sciences. Via hem ben ik in het bezit gekomen van het prachtige boek met als titel Polar Bears.

Jullie weten inmiddels dat ik gepassioneerd was — en nog steeds ben — door het leven van alle soorten beren.

Het boek is geschreven door Ian Stirling en bevat natuurlijk ongeveer 150 kleurenfoto's van ijsberen, gemaakt door natuurfotograaf Dan Guravich. Terloops: het boek dateert uit 1988.

We blijven nog even bij Frans. Omdat ik regelmatig contact met hem had, kreeg ik op een bepaald moment een persoonlijke uitnodiging in de bus voor het bijwonen van een mis die hij zelf zou opdragen in de parochiekerk van zijn geboortedorp Landskouter. Het was de viering van zijn gouden priesterjubileum (1935-1985). Frans heeft een borstbeeld aan de kerk van Landskouter.

Frans was trouwens, voor zover mij bekend, de enige Belg die de taal van de Canadese Inuit perfect beheerste. Die taal is het Inuktitut.

Frans heeft bovendien als niet-Canadees de hoogste Canadese onderscheiding mogen ontvangen: hij werd benoemd tot Member of the Order of Canada. Als ik Frans niet had leren kennen, was de kans bijna zeker onbestaande geweest dat ik ooit in de N.W.T. een muskusos had kunnen schieten.

Maar ik ben nog niet klaar met mijn verhaal over Frans.

Ik heb de kans gehad om samen met Frans zijn ouderlijke woning in Landskouter te bezoeken. Als ik het een "woning" noem, klopt dat eigenlijk niet helemaal, maar ik ga dat meteen rechtzetten.

De vader van Frans was ooit burgemeester van Landskouter, lang vóór de fusie van de gemeenten. De ouderlijke "woning" was een grote vierkantshoeve met een boerderij, een stokerij en een smidse.

De jeneverstokerij was typisch voor de streek. Denk bijvoorbeeld aan de bekende Balegemse jenever.


Frans en de ijsbeer


Frans was geen jager, maar hij heeft wel een heel grote ijsbeer geschoten. Daar hoort wat uitleg bij.

Een grote ijsbeer plunderde regelmatig de opslagplaats met voedsel. Zodra een ijsbeer dat eenmaal heeft gedaan en er succesvol voedsel heeft gevonden, komt hij vaak terug naar dezelfde plaats omdat hij daar zonder veel moeite opnieuw voedsel kan vinden. Omdat geen enkel middel hielp tegen de plunderingen van de beer, kreeg Frans toestemming van de "Hunters and Trappers Association" om het dier te schieten.

Welnu, ik heb het vel van die beer zelf uitgespreid zien liggen in de vierkantshoeve. Ik weet niet meer met zekerheid wat de totale lengte van het vel was, maar het was meer dan drie meter lang. De breedte bedroeg 2,08 meter. Ik schat dat het dier ongeveer 500 kilogram moet hebben gewogen.


De voorbereiding op de jacht op de muskusos


Ik hoop dat wat hier voorafging — en wat in feite niet rechtstreeks in verband kan worden gebracht met de jacht op de muskusos — jullie aandacht niet heeft verzwakt. Eerst en vooral is een minutieuze planning van kapitaal belang. De belangrijkste vraag was: hoe geraak ik ter plaatse in een van de missies van Frans, Pelly Bay of Hall Beach, en natuurlijk ook op tijd terug in België om mijn werk te kunnen hervatten? De factor die daarbij de grootste rol speelt, zijn natuurlijk de weersomstandigheden. Die hebben rechtstreeks invloed op de vraag of een lokaal vliegtuig je naar Yellowknife kan brengen en of je daar op tijd bent voor je aansluitende vlucht naar Montreal.

Je wilt immers niet het risico lopen om enkele dagen in Yellowknife of Montreal te moeten blijven overnachten.

Ik ga proberen dat allemaal uit te leggen zolang het nog fris in mijn geheugen zit. Je moet altijd via de luchthaven van Montreal reizen en op voorhand weten wanneer er een vlucht van Montreal naar Yellowknife gepland staat. De tickets van Montreal naar Yellowknife zijn duur en daar is een verklaarbare reden voor. Buiten enkele onderzoekers die in opdracht van universiteiten werken, metingen van de ijskap uitvoeren of het leven van de pooldieren bestuderen, zijn er nauwelijks passagiers.

De rest van het vliegtuig wordt in de eerste plaats gevuld met voedingswaren, vervangstukken voor sneeuwscooters, ijsboren en ander gereedschap. Je moet er ook voor zorgen dat, wanneer je in Yellowknife aankomt, een klein vliegtuigje klaarstaat om je op te halen. Welk type vliegtuig daarvoor nodig is, hangt natuurlijk af van de plaats waar je naartoe moet. Mijn uiteindelijke bestemming was de missie van Frans in Hall Beach. Daar aangekomen mocht ik eerst enkele dagen uitrusten in de missie om te wennen aan de diepvriestemperaturen van -25 °C tot -45 °C.

Frans had ervoor gezorgd dat enkele Inuitjagers mij zouden begeleiden en alles in goede banen zouden leiden. Hoe Frans voor mij een afschotvergunning voor de muskusos heeft kunnen bemachtigen, wil ik niet weten. Ik wilde vóór mijn veertigste verjaardag iets speciaals doen en ik had alles goed gepland en voorbereid. Ik kan wel bevestigen dat alles wettelijk is verlopen.

De jacht op de muskusos in de N.W.T. is nog steeds toegestaan, maar is gereguleerd en vereist lokale vergunningen. Ze dient in hoofdzaak ter ondersteuning van het beheer van de populatie en om te voldoen aan de behoeften van de lokale gemeenschappen die voor hun voedselvoorziening afhankelijk zijn van deze dieren.

Voor ik aan deze reportage begon, heb ik nog wat naslagwerk gedaan. Tegenwoordig kan er nog, zij het in beperkte mate, op muskusossen worden gejaagd in Rusland. Dat kost ongeveer 3.000 dollar. Ook in Groenland is jacht nog mogelijk en daar kost een dergelijke jacht ongeveer 5.000 dollar.

Een muskusos weegt tussen ongeveer 200 kilogram voor een koe en 400 kilogram voor een stier.

Kalveren worden door de volwassen dieren beschermd door er een kring omheen te vormen. Dat gebeurt niet alleen bij gevaar, maar ook om de kalveren tegen de extreme temperaturen te beschermen.


De afschotvergunning en de trofee


Jullie zullen zeker begrijpen dat een afschotvergunning voor een koe aanzienlijk goedkoper is dan die voor een stier. Mijn afschot was na enkele dagen al succesvol. Ik moet nog iets uitleggen over wat er daarna met de trofee gebeurt voordat je die kunt meenemen of later naar het thuisland kunt laten exporteren. De trofee moet een officieel label krijgen. In mijn geval was dat een "COMMERCIAL NON-RESIDENT WILDLIFE TAG". Op dit label — waarvan een scan als bijlage is toegevoegd — staat onder andere het geslacht, "SEX", met de aanduiding MALE of FEMALE, dus stier of koe. Ook de datum van het afschot staat erop. Op mijn label staat 90/21, wat betekent: 1990, 21 november. Daarna krijgt de trofee een officiële medaille met een registratienummer. In mijn geval was dat nummer 2801 N.W.T. Het label en de medaille worden vervolgens aan de trofee vastgemaakt en de ijzerdraadjes worden verzegeld met lood. Dat moet natuurlijk altijd aan de trofee bevestigd blijven. Als het label of de medaille ontbreekt, is de trofee illegaal en kan ze in beslag worden genomen.


Veel foto’s waren er niet. In 1990 waren we immers nog niet in het digitale tijdperk beland, en bovendien bevriest een fototoestel na enkele ogenblikken en weigert het dienst. Ik heb al aangehaald dat de briefwisseling die ik met Frans heb gevoerd, helaas verdwenen is. Hetzelfde geldt voor de foto’s die in dezelfde map waren opgeslagen.

Ik twijfel er natuurlijk niet aan dat jullie, ook zonder foto’s, zullen geloven wat ik hier, zo goed als ik kon, met jullie heb willen delen.


Marc Gettemans



 
 
 

Opmerkingen


bottom of page